Bij het betreden van de afdeling rukt het plastic mandje bijna mijn arm van mijn romp. Ook eenmaal het als hindernis ontworpen toegangsdraaihek gepasseerd kom ik niet voorbij de schijn van boodschappendoen. De in ‘t gelid gedrapeerde sla slaat mij met verlepte ogen gade, de tomaten roodomrand, een aardappel zet ogen op steeltjes en trossen druiven staren mij glazig aan. Ik moet eten maar durf in deze orde niet te grijpen. Overtuigd dat, zodra ik een appel in de mand aan mijn nog nazeurende arm laat vallen, de overige blozende vruchten zich wegens het ontstane gat tot moes zullen persen. Daarbij in hun oneindige verlangen de chaos te beheersen slechts de aandacht op mij vestigend. Vanuit mijn ooghoek zie ik op de grond al een blad spinazie liggen. Door mij omringende boodschappers argeloos tot een troosteloos hoopje snot getrapt, waar ik nietsvermoedend over uit zou glijden als ik niet alert zou blijven.
Ruwina's ruwe materie
Ondersteund door Weblog.nl
